Atelier — Gratis verzending wereldwijd — Levertijd 2–6 weken
      Adèle Kindt, 1804 – 1884

      De 4 beroemdste schilderijen van Adèle Kindt, gerangschikt

      Het meest geliefde schilderij van Adèle Kindt is Lamoral, Count of Egmont, Taking Leave of His Wife (1826), dat hangt in het Museum voor Schone Kunsten Gent, Gent. The Fortune Teller (1828) en Young Polish Freedom Fighter (1834) volgen daarna in de lijst met doeken die lezers het beste kennen. Onze catalogus bevat 4 werken van Adèle Kindt: hier zijn de 4 bekendste, elk met het jaartal, het museum en wat het werk zo bijzonder maakt.

      Gerangschikt op basis van onze populariteitsscore, die de zoekopdrachten, bezoeken en bestellingen voor elk werk combineert. Bijgewerkt in november 2026. Elk schilderij op deze pagina kan worden besteld als een handgeschilderde oliereductie op linnen canvas, of als een fine art print, uitgevoerd in de door u gekozen afmeting.

      Portret van Adèle Kindt
      Adèle Kindt · 1804 – 1884
      Geboren · overleden
      1804 – 1884, Brussels
      Werken in onze catalogus
      4
      Meest bekend
      Lamoral, Count of Egmont, Taking Leave of His Wife (1826)
      Meeste werken in
      Museum voor Schone Kunsten Gent

      Top 10 schilderijen van Adèle Kindt: de doeken die iedereen kent

      Waar de doeken van Adèle Kindt hangen

      De 3 musea met de meeste schilderijen op deze pagina.

      Museum Stad Werken van Adèle Kindt Schilderijen uit deze lijst
      Museum voor Schone Kunsten Gent, GentMuseum voor Schone Kunsten Gent Gent 2 Lamoral, Count of Egmont, Taking Leave of His Wife, Young Polish Freedom Fighter
      Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen, AntwerpenKoninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen Antwerpen 1 The Fortune Teller
      Museum of Fine Arts, BostonMuseum of Fine Arts Boston 1 Faith, Hope and Charity

      De meest geliefde canvas van Adèle Kindt uit elk decennium

      1. 1820s
      2. 1830s
      3. 1840s

      Over de doeken van Adèle Kindt: uw vragen beantwoord

      Wat is het bekendste schilderij van Adèle Kindt?Lees het antwoord

      Lamoral, Count of Egmont, Taking Leave of His Wife (1826), Museum voor Schone Kunsten Gent, Gent. The Fortune Teller (1828) en Young Polish Freedom Fighter (1834) volgen.

      Hoe oud was Adèle Kindt toen Lamoral, Count of Egmont, Taking Leave of His Wife werd geschilderd?Lees het antwoord

      Adèle Kindt, geboren in 1804, was 22 jaar oud: Lamoral, Count of Egmont, Taking Leave of His Wife dateert uit 1826.

      Hoeveel werken heeft Adèle Kindt in totaal geschilderd?Lees het antwoord

      4 werken van Adèle Kindt zijn opgenomen in onze catalogus, gedateerd van 1826 tot 1840.

      Waar kan ik de beroemdste doeken van Adèle Kindt bekijken?Lees het antwoord

      Voornamelijk in Museum voor Schone Kunsten Gent (Gent), Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen (Antwerpen) en Museum of Fine Arts (Boston); de bovenstaande lijst vermeldt elk museum en de bijbehorende doeken.

      Wanneer schilderde Adèle Kindt deze geliefde doeken?Lees het antwoord

      In 1820s, die 2 van de 4 werken op deze pagina vertegenwoordigt, waaronder Lamoral, Count of Egmont, Taking Leave of His Wife.

      Wat zijn de vroegste en laatste beroemde doeken van Adèle Kindt?Lees het antwoord

      Het oudste canvas hier is Lamoral, Count of Egmont, Taking Leave of His Wife (1826); het nieuwste is Faith, Hope and Charity (1840).

      Welke doeken van Adèle Kindt hangen in het Museum voor Schone Kunsten Gent?Lees het antwoord

      Het Museum voor Schone Kunsten Gent, Gent herbergt 2 van de werken op deze pagina, waaronder Lamoral, Count of Egmont, Taking Leave of His Wife en Young Polish Freedom Fighter.

      Kan ik een reproductie van een Adèle Kindt canvas kopen?Lees het antwoord

      Ja. Elk schilderij op deze pagina kan via de eigen pagina worden besteld als een handgeschilderd olieverfreproductie, of als een fine art print, in de door u gekozen afmeting.

      Adèle Kindt: een leven in verf

      A Life in Brussels

      Born into a Brussels family where female artistry was a shared language, Marie-Adélaïde Kindt entered the world on 16 December 1804. Her path was shaped early by the engraver Antoine Cardon, who provided her initial training in drawing. This foundation allowed her to move toward more complex studies under Sophie Rude and François-Joseph Navez. Even the presence of Jacques-Louis David offered a form of encouragement during her formative years.

      Her early career was marked by a certain ambition that saw her navigating the male-dominated sphere of history painting. By age twenty-two, she had secured first prize at the Royal Academy in Ghent. Her talent was recognized through various medals in Douai, Kamerrijk, and Brussels. While her training was rooted in Neoclassicism, her brush often leaned toward the sensibilities of Romanticism.

      The Evolution of Subject and Style

      The scope of her work shifted as the decades passed. Her early years were defined by historical scenes, most notably Épisode des journées de septembre 1830, which captured a moment from the Belgian Revolution. This particular work remains a significant part of her record, held within the Brussels city museum on the Grand-Place.

      After the 1840s, Kindt’s focus moved away from large-scale historical narratives toward more intimate subjects. She turned her attention to portraiture and genre scenes, often depicting Flanders interiors or quiet, religious themes. Her later works included:

      • Faith, Hope and Charity (1840)
      • A lady, bust-length, holding a bouquet of roses (1853)
      • Scène galante à la fenêtre (1857)
      • Jeune femme accoudée à une console (1837)

      In these later pieces, she utilized chiaroscuro and a precise hand to render details. Her portraits of women and children often featured elements like birdcages or stained-glass windows, reflecting a shift toward the domestic and the everyday.

      Final Years and Recognition

      Kindt’s professional standing was solidified by her election to several prestigious institutions, including the Royal Academy of Fine Arts in both Brussels and Ghent. Her paintings found homes in significant collections, such as the Rijksmuseum Amsterdam, the Museum of Fine Arts Boston, and the Royal Museum of Fine Arts Antwerp.

      She lived through a period of immense change in Belgian art, adapting her style to meet the shifting tastes of her public. Though she did not maintain the same level of success in her later years as she had during her early career, her technical skill remained evident in her draughtsmanship. She passed away in Brussels on 8 May 1893.